Posté le fĂ©vrier 12, 2008 dans Nederlander | Commentaires fermĂ©s

De priorij van Marcevol bevindt zich op een hoogvlakte (560m) boven de vallei van de rivier de Tet. Het landschap is prachtig: in het noorden de Roc del Maure (775m), in het westen de Pic de Bau (1025m) en in het zuiden de mythische bergtop van de Catalanen: de Pic du Canigou (2785m). Vlakbij de priorij ligt de kapel van Nostra Senyora de las Grades uit de 11de eeuw.

Overblijfselen zoals een dolmen (hunnebed) en een burcht getuigen ervan dat er vanaf het Neolithicum (4000 jaar v.J.C.) mensen hebben gewoond. Sporen van terrascultuur, landelijke paden, steeneiken, garrigue en wijngaarden tekenen het landschap rondom de gemeente Arboussols, waarvan het gehucht Marcevol sinds 1822 deel uit maakt.
De priorij is in de 12de eeuw door de kanunnikken van St.SĂ©pulcre gebouwd. In 1129 schonk de bisschop van Elne hen het kerkje van Nostra Senyora de las Grades, evenals de bijgebouwen er omheen. Het waren reguliere kanunnikken die volgens de regels van St.Augustinus leefden.

De orde van St.SĂ©pulcre is in 1099 gesticht na de verovering van Jerusalem door de kruisvaarders, om over het graf van Christus te waken. Zij heeft zich snel verspreid over heel Europa, waar zij goederen en schenkingen ontving. Marcevol was Ă©Ă©n van haar vestigingen van 1129 tot 1484, toen de orde door de paus werd ontbonden.

In 1484 viel het gebouw onder de bescherming van priesters, verenigd in een broederschap, die de parochie van Vinca bedienden. In die tijd werd in de absis een aan de Maagd Maria gewijde retabel geplaatst. Deze broederschap ging zich wijden aan de verering van de Maagd Maria. Een oude legende vertelt over een wonder dat de moeder van een paus betreft. Zij zou, op weg naar Compostelle, zijn begraven in de parochiekerk. Marcevol werd toen een plaats die honderden bedevaartgangers aantrok in de hoop op gunsten of vergiffenis. Dit pardon is de bekendste van de Conflent en nu nog wordt er elk jaar op 3 mei een mis in Marcevol opgedragen.

Tijdens de Revolutie werd de priorij verkocht als nationaal bezit en ontwikkelde zij zich tot het middelpunt van een groot lanbouwbedrijf. De gebouwen raakten in verval en pas in de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd een belangenloze Vereniging van het Monastir van Marcevol opgericht om de priorij te redden. Zij maakten van de priorij een oord dat openstond voor grote spirituele, artistieke en therapeutische stromingen van de huidige samenleving. In 2001 werd deze vereniging de Fondation du PrieurĂ© de Marcevol, een instelling van algemeen erkend belang en sindsdien vervolgt zij haar taak om groepen te huisvesten en om bezoekers, schoolreisjes en culturele manifestaties te ontvangen.

Architectuur

De voorgevel ligt op het westen en is een typisch voorbeeld van de romaanse bouwkunst uit de 12de eeuw: hij is samengesteld uit perfect bewerkte granietstenen en door zijn gladde oppervlakte komen de verschillende gebruikte materialen goed uit.

Het portaal is van roze marmer uit de steengroeve van Villefranche-de-Conflent. Twee andere kleuren marmer zijn gebruikt voor de koppelbalk en de timpaan .
Hij bestaat uit een archivolt verdeeld over meerdere booglijsten , onderstreept door een rand tandraderwerk . In het midden opent zich de deur, waarvan de koppelbalk en de timpaan zijn gebarsten. De twee vleugels zijn rijkelijk versierd met typisch catalaanse ijzeren scharnieren, en hun symmetrisch geplaatste spiralen versterken en versieren de deur.

Het raam van roze marmer herhaalt in het klein de opbouw van het portaal. De voorgevel is prachtig door de perfecte inlassing van deze twee marmeren werkstukken in de stenen muur. Twee roze marmeren platen met inscripties in de muur zijn de graven van twee in de 12de eeuw overleden priors.

De klokketoren-muur is naar rechts geplaatst, wat waarschijnlijk wijst op herbouw na de aardbeving van 1428.
Rechts van de kerk is de huidige ingang van de priorij. De muur is van verschillende soorten steenverbanden opgebouwd: in regelmatig en soms anarchistisch visgraatdessin . Schietgaten en een loggia duiden op de verdedigende functie van deze wal, die waarschijnlijk in de 14de eeuw in opdracht van de koning van Aragon is gebouwd.

De clausuur : op de binnenplaats getuigen kraagstenen in de muur van de kerk en een lage muur van het bestaan van een kloostergalerij waarvan niets meer over is.
Haar bestaan is echter in de 15de eeuw bewezen toen de inwoners van Arboussol de eed kwamen afleggen aan de nieuwe prior van de gemeente.

De romaanse kerk is tussen 1129 en 1160 gebouwd. Tot aan het begin van de 11de eeuw was het merendeel van de kerken van hout. Daarna werd het kerkschip systematisch bedekt met een stenen gewelf, die Ă©Ă©n van de kenmerken van de romaanse architectuur werd.
Sainte Marie van Marcevol bestaat uit drie schepen. Het middenschip, bedekt met een rondboog als gewelf, geeft in het oosten toegang tot de absis. Het zuidelijke zijschip is minder hoog en heeft een gewelf van een kwart cirkel die steunt op het kerkschip; het noordelijke zijschip toont een andere bouwstijl en is zonder twijfel na de aardbeving van 1428 herbouwd.
Een grote muurschildering bedekte het hele bouwwerk. Sporen daarvan zijn nog op de zuidelijke absiskapel te zien: de Christus Pantocrator (uit het grieks pantos: “alles” en crator: “schepper”). De afbeelding laat Christus omringd door engelen zien, koninklijk gezeten in een mandorla .Hij zegent met zijn rechterhand en in zijn linker hand houdt hij het Heilige Schrift vast. Aan weerskanten staan twee griekse letters: alfa en omega, die naar een tekst van de Apocalyps verwijzen: “Ik ben alfa en omega, het begin en het einde, degene die is, die was en die komen zal, de Almachtige”.

Het wonder van het meel

Volgens een legende zou de moeder van de directe opvolger van de heilige Petrus in Marcevol begraven zijn.. Hier volgt het verhaal:

Op weg naar Saint-Jacques-de-Compostelle liep de oude vrouw omhoog naar Marcevol, alwaar zij vermoeid stopte toen er een storm dreigde.Een man uit Marcevol kwam vanuit Vinça met een ezel met een zak meel op zijn rug. Hij legde de zak neer en liet de oude dame opstijgen. De nacht viel en een onweer barstte los. Het oude vrouwtje zei hem zich geen zorgen te maken over zijn zak meel. Toen de boer de volgende dag de zak kwam halen was het meel daadwerkelijk nog droog. Teruggekomen in het dorp bleek de oude dame overleden. En na een plechtige begrafenis werd haar lichaam onder het altaar van Notre-Dame-de-las-Gradas begraven.